Achtergrond
Achtergrond
De ONZ Generiek ontologie en de domeinontologieën die daarop gebaseerd zijn, zijn ontwikkeld in het kader van het programma KIK-V. In lijn met de doelstellingen van dit programma is een aantal uitgangspunten gehanteerd bij het ontwikkelen van genoemde ontolgieën. Deze zijn daarmee ook relevant voor een eventuele doorontwikkeling of aanvulling met extra domeinontolgieën.
Programma KIK-V
Programma KIK-V is gestart om informatieuitwisseling in de Nederlandse zorg tussen zorgaangbieders en toezichthouders op een andere manier vorm te geven. De informatieuitwisseling is gebaseerd op de Duurzaam Informatiestelsel Zorg ReferentieArchitectuur (DIZRA) Een essentieel uitgangspunt van het programma KIK-V is dat informatie uitgewisseld wordt op basis van betekenis. Besloten is om ambivalentie in betekenis te voorkomen door die betekenis expliciet vast te leggen in de vorm van een machineleesbare ontologie, gebruik makend van de taal OWL (Web Ontology Language).
De ontologie vervult daarmee zowel een functionele als een technische doelstelling. Functioneel is de ontologie het middel om de afspraken tussen deelnemende partijen (i.c. zorgaanbieders en ketenpartijen) omtrent betekenis van de uit te wisselen informatie vast te leggen. Technisch wordt de ontolgie gebruikt om bestaande data van zorgaanbieders semantisch te annoteren, ofwel te voorzien van de overeengekomen betekenis. Daarnaast is de ontologie de basis voor het formuleren van "vragen aan de data" zoals gesteld door de ketenpartijen.
Uitgangspunten
Op basis van de doelstellingen gelden de volgende uitgangspunten voor de ONZ ontologie (ONZ Generiek en bijbehorende domeinontologieën)
- De ontologie heeft een basis (ONZ Generiek) die een solide fundament legt om een blijvend uitbreidbare ontologie te garanderen.
- De ontologie is descriptief en nadrukkelijk niet prescreptief. Met andere woorden: de ontologie beschrijft wat er is, maar schrijft niet voor wat er verplicht moet zijn.
- Om hergebruik in de basis te faciliteren wordt voor alle concepten in de ontologie allereerst gezocht naar een externe autoriteit voor de definitie ervan.
De ONZ Generiek vormt de zogenaamde "Foundational Ontology" voor het geheel. De generieke ontologie is gebaseerd op Descriptive ontology for linguistic and cognitive engineering (DOLCE) welke NEN-ISO gecertificeerd is. Zonder hier al te diep in te gaan op het gebruik van fundementele ontologieën is de doelstelling om een fundament te bieden waarop domain specifieke ontologieën gebaseerd kunnen worden zonder dat onderlinge conflicten ontstaan. Het gebruik van OWL als taal in combinatie met de reasoning mogelijkheden die deze taal biedt, maakt dat de logische constentie geautomatiseerd en objectief kan worden vastgesteld.
Gevolg van deze werkwijze is dat het toevoegen van een concept in een domeinontologie alleen mogelijk als het fundament aanwezig is in de generieke ontologie. Het nadeel is dat het toevoegen van totaal nieuwe concepten soms veel werk kan zijn. Voordeel is dat consistentie en uitbreidbaarheid maximaal worden ondersteund. Omdat de toepassing van de ONZ ontologie voorzien is om verbreed te worden in de toekomst, weegt het bewaren van consistentie en uitbreidbaarheid over nieuwe domeinen zwaar.
De ontologie heeft nadrukkelijk niet tot doelstelling zorgaanbieders voor te schrijven welke data vastgelegd moet worden, noch de manier waarop, nog het formaat waarin. Dat wil niet zeggen dat deze zaken niet relevant of belangrijk zijn, maar de ontologie speelt hierin geen rol. Alhoewel er goede argumenten zijn aan te voeren voor het controleren van data integriteit met een ontologie is daar bij de ONZ ontologie dus bewust voor gekozen dat niet te doen. In het programma wordt aan deelnemers wel de mogelijkheid geboden integriteit en compleetheid van data vast te stellen door gebruik te maken van zogenaamde SHACL shapes. Omdat deze separaat van de ontologie zijn ontwikkeld en worden onderhouden wordt daarop hier niet verder ingegaan.
Het zoeken van een autoriteit bij het definiëren van concepten heeft enerzijds tot doel herwerk te voorkomen en anderzijds om discussie te voorkomen wanneer eenzelfde term wordt gebruikt om verschillende betekenissen aan te duiden. Of wanneer verschillende termen worden gehanteerd voor een zelfde betekenis. Aangezien de ontologie bedoeld is voor gebruik in de Nederlandse zorg, is Nederlandse wetgeving de belangrijkste autoriteit op gebeid van definities, gevolgd door instanties die een formele rol spelen (in de zorg, of algemeen) in Nederland. Zo wordt voor de definitie van wat een adres precies is, gebruik gemaakt van de definitie van het Kadaster, vanwege haar formele rol in deze.