Uitwisselprofiel RIVM Infectieziektenbestrijding
Over Uitwisselprofiel RIVM Infectieziektenbestrijding
0.0.1-demo
- Publicatiedatum:
- 02-03-2026
- Inwerkingtreding:
- 26-02-2026
Organisatorische interoperabiliteit
In- en exclusiecriteria
De uitvraag is bedoeld voor organisaties die onder onderstaande inclusiecriteria vallen:
- Doelgroep
- Tot de doelgroep behoren alle instellingen in de verpleeghuissector
- Profiel (inclusiecriteria)
- De profielen conform Wet langdurige zorg worden geïncludeerd.
- Instellingen die deelnemen aan het surveillance netwerk middels een ondertekend deelnameformulier
Aanlevering
Incidentiemodule: De resultaten dienen per week beschikbaar te zijn. Afhankelijk van de interne processen bij de zorgaanbieders zijn deze resultaten maximaal drie dagen na de gevraagde meetperiode (week) beschikbaar: zie Semantische laag voor verdere details. Zodra een zorgaanbieder niet meer deelneemt aan het surveillance netwerk, stopt ook de aanlevering aan het RIVM via KIK-V.
Prevalentiemodule: De resultaten dienen op één of twee momenten (mei en/of december) in het jaar beschikbaar te zijn, verpleeghuizen bepalen zelf of zij mee willen doen aan deze prevalentiemeting en of zij één of twee keer per jaar mee willen doen (april en/of november). Afhankelijk van de interne processen bij de zorgaanbieders zijn deze resultaten minimaal in de maand na de gevraagde meetperiode beschikbaar: zie Semantische laag voor verdere details. Zodra een zorgaanbieder niet meer deelneemt aan het surveillance netwerk, stopt ook de aanlevering aan het RIVM.
Antimicrobiëlemiddelenmodule: De resultaten dienen één keer per jaar beschikbaar te zijn. Afhankelijk van de interne processen bij de zorgaanbieders zijn deze resultaten maximaal drie maanden na de gevraagde meetperiode (jaar) beschikbaar: zie Semantische laag voor verdere details. Zodra een zorgaanbieder niet meer deelneemt aan het surveillance netwerk, stopt ook de aanlevering aan het RIVM.
Afspraken over een eventuele mogelijkheid tot nalevering en correctie
De registratieweek wordt op woendagmorgen 9.00 uur afgesloten door het RIVM, er is geen nalevering of correctie van deze week mogelijk. Alle infecties en antimicrobiële middelengebruik die na afsluiting van de registratieweek geregistreerd en/of geactualiseerd zijn, worden meegeteld in de volgende week.
Doorlevering
Het RIVM levert de data intern door aan het SNIV-team (afdeling Zorggerelateerde Infecties en Antimicrobiele infectie van het Centrum voor Surveillance en Epidemiologie). Binnen SNIV wordt de data verwerkt voor zowel interne als externe doeleinden.
Incidentiemodule:
- Tijdens het luchtweginfectieseizoen (week 40 t/m week 20) wordt er een wekelijks update gedaan waarbij de incidentie per 10.000 bewoners met influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) wordt berekend. De incidentie wordt, samen met het 5-wekelijks gemiddelde van het huidige en de afgelopen twee seizoenen, weergegeven in een trendgrafiek. Als onderdeel van de wekelijkse interne mailing ter update van de situatie rond luchtweginfecties wordt deze informatie gedeeld met de afdeling luchtweginfecties van het centrum epidemiologie en surveillance van infectieziekten (EPI) van het Centrum voor Infectieziektebestrijding (Cib) van het RIVM, die de ontwikkeling en verspreiding van de verschillende virussen en bacteriën volgen die luchtweginfecties kunnen veroorzaken.
- Maandelijks worden de incidentiecijfers van de volgende infecties: gastro-enteritis, urineweginfecties, lage luchtweginfecties, IAZ, COVID-19 en huidinfecties veroorzaakt door schimmels, gepubliceerd op de RIVM-SNIV website (https://www.rivm.nl/sniv/incidentiemodule/incidentie-in-grafieken), en daarnaast worden de luchtweginfecties wekelijks gepubliceerd op de RIVM actuele situatie luchtweginfectie pagina’s (https://www.rivm.nl/luchtweginfecties/actuele-cijfers en https://www.rivm.nl/corona/actueel/weekcijfers).
- Ieder kwartaal worden de gegevens weergegeven in de nieuwbrief van SNIV (Nieuwsbrief SNIV | RIVM) en periodiek in referentiecijfers (Incidentiemodule | RIVM) en wetenschappelijke publicaties (Wetenschappelijke resultaten SNIV | RIVM).
- Indien van toepassing kan de rapportage gebruikt worden als signaal binnen het Signaleringsoverleg infectieziekten en verstuurd worden naar professionals die werkzaam zijn op het terrein van infectieziektebestrijding.
- De verkregen data kan ook gebruikt worden voor de jaarlijkse surveillance terugblik van het RIVM (ter illustratie covid: https://www.rivm.nl/corona/terugblik-2023-2024).
Prevalentiemodule:
- Twee keer per jaar ontvangt SNIV gegevens voor de prevalentiemeting. Deze gegevens worden door het SNIV-team verwerkt en opgenomen in periodieke referentiecijfers, nieuwsbrieven aan de deelnemers, jaarrapporten en zo nodig in wetenschappelijke publicaties.
- Eens in de 4 à 5 jaar de prevalentie cijfers gedeeld met het European Centre for Disease Prevention and Controle (ECDC) t.b.v. de Healthcare Associated infections in Long-Term care facilities (HALT) studie. De resultaten van deze HALT puntprevalentie metingen worden als rapportages gepubliceerd (Healthcare-associated infections in long-term care facilities).
- De verkregen data kan ook gebruikt worden in wetenschappelijke publicaties .
Antimicrobiële middelen module: Eén keer per jaar ontvangt het SNIV antimicrobiële middelen voorschrijf- en verstrekkingendata. Specifiek de data omtrent het antibioticagebruik wordt doorgeleverd aan Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB). De SWAB ontvangt de cijfers over het totale (landelijke) antibiotica gebruik op ATC5 niveau. De SWAB en het RIVM presenteren de resultaten vervolgens in een gezamenlijk jaarlijkse rapportage waarin de gegevens van lopende surveillance van humaan antibioticagebruik en resistentieontwikkeling in Nederland (NethMap) worden beschreven. Deze rapportages worden gepubliceerd op de website van de SWAB en het RIVM.
Momenten van terugkoppeling
Incidentiemodule: Op dit moment krijgen de deelnemende verpleeghuizen één keer per jaar een terugkoppeling middels een digitale rapportage met daarin de incidentie van infecties over het afgelopen jaar in hun instelling in vergelijking met de landelijke cijfers. De rapportages bevatten de volgende informatie: 1) de karakteristieken van het verpleeghuis en hoe deze zich verhouden tot de landelijke cijfers, 2) per ziektebeeld en mortaliteit wordt de incidentie per kwartaal en per specialisme getoond, 3) per ziektebeeld en mortaliteit wordt de incidentie van de afgelopen 5 jaar getoond en 4) op basis van de resultaten worden er conclusies en aanbevelingen voor het verpleeghuis gepresenteerd.
Prevalentiemodule: De deelnemende verpleeghuizen ontvangen een terugrapportage met daarin een overzicht van de karakteristieken van het eigen verpleeghuis en het aantal en het type infecties weergegeven, zowel in totaal als uitgesplitst per specialisme. Daarnaast laten de rapportages de trends zien in het aantal infecties over de afgelopen zes meetperioden. Ook wordt inzicht gegeven in het aantal bewoners dat antimicrobiële middelen gebruikt, inclusief de trend in het gebruik landelijk over dezelfde zes meetperioden. Tot slot bevat de rapportage informatie over het voorkomen van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO’s) en de soorten BRMO’s die zijn vastgesteld. Alle genoemde gegevens van het individuele verpleeghuis worden afgezet tegen landelijke cijfers en, indien van toepassing, tegen de cijfers van de eigen zorggroep. Op deze manier krijgt het verpleeghuis inzicht in de eigen situatie ten opzichte van de zorggroep en landelijk .
Module gebruik antimicrobiële middelen: Nadat het SNIV-team de gegevens van alle deelnemende verpleeghuizen heeft ontvangen, worden de gegevens geanalyseerd en teruggekoppeld naar de verpleeghuizen. De verpleeghuizen ontvangen een rapport met daarin een overzicht van de gebruikte antimicrobiële middelen (antibiotica, antimycotica en antivirale middelen) uitgedrukt in Daily Defined Doses (DDD) per 1000 bewonersdagen, gespiegeld ten opzichte van het landelijk gebruik en het gebruik van de zorggroep (indien van toepassing). Deze terugrapportage kunnen de verpleeghuizen als input gebruiken voor bijvoorbeeld een farmacotherapeutisch overleg en het antimicrobial stewardship. De terugrapportage geeft inzicht in het antimicrobiëlemiddelengebruik binnen het verpleeghuis en geeft handvaten om het beleid waar nodig aan te passen.
Bewaartermijn
Het RIVM zal zelf de antwoorden op vestigings-, en organisatieniveau voor 15 jaar bewaren ten behoeve van trendanalyses. Zorgaanbieders hoeven, naast de reeds bij hen bestaande processen en aanpak van dataopslag van gegevens, in verband met de gegevensuitwisseling die volgt uit dit uitwisselprofiel geen aanvullende opslagmaatregelen te nemen.
Afspraken bij twijfels over de kwaliteit van gegevens
Als het RIVM twijfels heeft over de interpretatie van de gegevens en eventuele twijfel over de kwaliteit van gegevens, wordt contact opgenomen met het contactpersoon van de zorgaanbieder.
Looptijd
De looptijd van het uitwisselprofiel is continu doorlopend tot het moment van wijziging.